Interview Joop Butselaar ( deel 1)
Wie bent u?
En dan niet de visser maar de persoon?
Mijn naam is Joop Butselaar ik ben 66 jaar oud en woonachtig in Maarssen.
Inmiddels 43 jaar getrouwd en heb een dochter en een kleinzoon van 9 jaar.
In het verleden werkzaam geweest in de autobranche.

En waar hou je je nu mee bezig naast het opa zijn?
We zijn één dag in de week oppas opa en oma.
Naast het leren vissen aan mijn kleinzoon [op witvis] en het eventueel bijstaan
van mijn vrouw ben ik alleen nog met mijn eigen hobby c/q verslaving bezig, het
vissen op karper.

Joop wanneer is de karper op jouw pad gekomen?
Eind jaren 70, ik liep langs een watertje in mijn omgeving en zag iemand een
karper vangen. Niet eens zo'n grote maar het maakte zoveel indruk op me ik was
gelijk verkocht.
Ik was zo onder de indruk van het vangen van die karper, dat wilde ik ook gaan
doen.
Maar ja makkelijker gezegd dan gedaan, het bleek toch iets lastiger dan ik had
gedacht.
Na hier en daar wat informatie te hebben ingewonnen, op naar de lokale
hengelsport winkel.
Karperhengel gekocht, molen, snoer en wartelloodjes van 15 gram. Ik was er
helemaal klaar voor. Wat blikjes maïs gekocht en het spel kon beginnen.
Twee avonden een blikje maïs gevoerd en de volgende avond na het eten met
hengel, steuntje, schepnet, blikje zoete maïs en een stuk aluminium folie, om
in de lijn te hangen als waker, naar de waterkant. Alles volgens de regels, nu
maar afwachten wat het zou worden.
Nou het werd niets dat wil zeggen, twee keer een aanbeet en twee maal de vis
kwijt, de aanbeten waren zo snel dat ik ze alleen heb gevoeld maar nooit heb
gezien.
Dat waren mijn eerste ervaringen met het vissen op karper.
Joop ik neem aan dat hier verandering in kwam en je ze wel op de kant kreeg.
Hoe ging dat in die tijd zonder bollen en piepers?
De eerste tijd was het ploeteren met aardappel, gezoete maïs, zacht geknede
deegballen, en vraag niet wat er allemaal in zat je kon het zo gek niet
bedenken.
Ja, je viste gewoon met twee gevorkte voorsteunen, twee achtersteunen waar je
hengels gewoon op lagen. Als waker diende stukjes opgerold zilverpapier die een
halve meter onder de hengel bengelde en dan maar wachten tot het omhoog werd
getrokken. Dan kon je aanslaan om de haak door de deegbal heen in de karperbek
te krijgen als je tenminste op tijd was.
Het was echt uren zitten wachten op een enkele aanbeet en dan hebben we het nog
niet gehad over het formaat van de gevangen karper.
Ik had in die tijd altijd moeite om wakker te blijven, hele nachten turen naar
de folie waker en op het moment dat je niet keek zat hij in je startoog.
Maar vangen deden we wel, zeker toen we eenmaal het biggemeel ontdekte.
In die tijd was een vis van 20 pond een top vis hoe was de vangst van de eerste
karper voor jou?
In die tijd viste ik alleen de avonden tot en met het schemer.
Mijn eerste karper kan ik niet zo goed terug halen weet alleen dat het een
schubkarpertje was onder de 10 pond.
De eerste 20 ponder kan ik me beter voor de geest halen dat was een prachtige
spiegel van 20 pond en 2 ons daar heb ik nog bijzondere herinneringen aan. Ik
heb hem namelijk 2 keer gevangen en de tweede keer kreeg ik bij het onthaken de
haak in mijn vinger dus dat vergeet ik nooit meer. Ik zat s'avonds om 9 uur bij
de dokter, als herinnering heb ik de doorgeknipte haak achterop de foto
geplakt.

Na de vangst van de eerste twintiger ging het toen los?
En met wie viste je in de eerste jaren van je karper carrière?
Wel wat aanbeten aangaat maar de gewichten gingen nog niet echt omhoog.
De eerste dertig ponder liet nog even op zich wachten.
In de eerste jaren viste ik alleen maar. Doordat ik regelmatig in een
hengelsportwinkel kwam leerde ik meer karpervissers kennen waaronder Ruud
Jongens die daar werkte en
Evert Aalten en nog enkele andere jongens die ook weleens op karper visten.
Met wat voor materialen viste je in die tijd?
Waar blijft de tijd, leuk He.
In die tijd viste ik met traditional horizon hengels van Ton Temming, de
soepele 2 ponder.
Beschreven in het eerste boek "succesvol vissen op grote karper" van
Evert Aalten en Ruud jongens waaraan ik heb meegewerkt.
Als molen een pen 450SS als ik het goed heb met maxima nylon van ongeveer 30
honderdste.
Ik heb de hengels nog steeds binnenkort worden ze omgeruild voor de
allernieuwste uitvoering.
Joop, na de maïs en deeg tijd brak ook voor jou het bollie tijdperk aan. Hoe
ben je hier mee gestart en wat waren je ervaringen in het begin?
Het begin van het boilie tijdperk begon voor mij met hi-proteïne ingrediënten
uit Engeland.
Zoals lactalbumine, caseïne, sodium caseïne, soda idolaat, weath gluten(
tarwegluten), ei albumine en dat soort spul.
Als je dan in de emmer keek en zag wat je kreeg voor je geld was dat wel even
slikken.
Maar als het dan eindelijk gelukt was er een boilie van te maken, en je na
enkele dagen voeren ging vissen dan was het huilen met de pet op en de centen
weg.
Als je dat in de hengelsportwinkel vertelde dat het weer niets was kreeg van
alles de schuld behalve het aas dat kon niet want in Engeland werd er ook goed
op gevangen.
Nee, dat was geen succes, gelukkig niet alleen bij mezelf maar ook bij de
anderen niet.
Dus dat was gauw bekeken en gingen we zelf maar wat uit proberen.
Een van de eerste recepten die gemaakt werd was samengesteld uit maïsmeel,
brood meel [donker], griesmeel, tarwe gluten, wat eieren, zoetstof en kokos
geurstof.
Dat ging beter en was ook een stuk goedkoper.
Dit was eigenlijk het begin van samen met een paar jongens dingen uit proberen
die wedstrijd vissers gebruikten.
Dit was de eerste poging tot samenwerking van Evert Aalten,Ruud Jongens ,Koos
Maton, Chris IJzendoorn en mijzelf [Joop Butselaar]. Met als gangmaker Evert
Aalten.

Hoe waren de vangsten op de eerste bollen? Ik kan me herinneren dat het bij ons
helemaal los ging!
Ja, de vangsten waren prima! Elke goede stek leverde mooie vissen op.
Joop waar viste je in die tijd? En
wanneer werden de vangsten groter en beter?
Ik viste in een lokale put met enkele mooie vissen, daarna was het Amsterdam-Rijnkanaal
het volgende waar ik gevist heb.
Het A-R kanaal was een lastig water, veel uren maken en weinig grote vissen.
We hebben met een aantal jongens verschillende plekken over tientallen
kilometers bevist, als ik het goed heb enkele seizoenen lang om te kijken wat
er zoal langs kwam zwemmen.
We kwamen er achter dat je veel moeite moest doen om een dertig ponder te
vangen.
Eén en ander staat te lezen in het boek succesvol vissen op grote karper uit
1991, wat zoveel stof heeft doen op waaien, en in karpervissen avontuur en
passie uit 1996.
Verder heb ik een periode op Vinkeveen gevist waar we mooie spiegels vingen.
Vervolgens de Loosdrechtse plassen waar ik met veel plezier hele mooie karpers
gevangen heb.
Ik ben ongeveer vanaf 1986 regelmatig grote karpers gaan vangen, toen de
boilierecepten beter werden, was het maken van goede voerplekken een stuk
makkelijker.
Deel twee volgt binnenkort met daarin meer over zijn bekenste vangst.
Joop Butselaar en Wiebrand dragt