Politiek bewust zijn!
Het valt mij op dat naast het vissen zelf er maar weinig kapervissers zijn die zich bezig houden met regelgeving, politiek en het randgebeuren.
Dit is goed te lezen op de diverse fora.
De meeste karpervissers denken volgens mij dat het allemaal wel goed zal komen, maar neem van mij maar aan dat het niet vanzelf goed komt, tenzij wij zelf actie ondernemen.
Vaak wordt er vergeten dat er regelgeving wordt toegepast of gemaakt waarvan wij eigenlijk pas later doorhebben wat voor effect dit alles op onze hobby heeft.
Een goed voorbeeld hiervan waren de recente plannen in Delft.
In het kader hiervan heb ik alle belangrijke partijen van Nederland dezelfde vraag gesteld:
Wat zijn uw standpunten betreffende de Hengelsport?
Een duidelijke vraag, waarop het antwoord lang niet altijd even duidelijk was!
Het begint al als je de mail heb verstuurd. Van de Partij voor de Dieren en de PVDA kreeg ik een antwoord terug dat ik binnen 3 weken een antwoord kon verwachten.
Van de D66 kreeg ik een bericht waarin werd vermeld dat ik zo spoedig mogelijk een antwoord kon verwachten.
En van het CDA ontving ik een uitnodiging om naar de tweede kamer te komen.
De PVV belde mij met een mooi verhaal, waarop ik vroeg dit op papier te zetten en toe te mailen, hiervan niks terug gehoord.
Onderstaande is geen stemwijzer, maar kan je meenemen in je overweging om tot een keuze te komen aan welke partij jij je stem zal geven.
PvdA
Onze partij staat positief tegenover de hengelsport. Naast het sociale aspect en het wedstrijdelement, is het ook een mooie manier om van de natuur te genieten. Het is voor mensen uit de stad een manier om even de drukke stad te ontvluchten en te genieten van het buitenleven en de PvdA wil, waar dat kan, dit stimuleren
pvd
De Partij voor de Dieren vindt dat bij het gebruik van dieren steeds het doel van het gebruik kritisch beoordeeld en afgewogen dient te worden tegen de consequenties voor het dier. Naarmate de aantasting van het welzijn groter, het belang van het gebruik geringer en de kwaliteit van de alternatieven beter is, wordt het gebruik van dieren ethisch minder te rechtvaardigen. Dit betekent dat dieren niet in hun welzijn mogen worden aangetast of gedood mogen worden voor niet-essentiële zaken, zoals vermaak (hengelen) of symptoombestrijding
(doden van niet-inheemse soorten).
We zijn er daarom voorstander van om hengelen te ontmoedigen en in te perken door middel van voorlichting, het afschaffen van het tasjesvissen, weerhaken, leefnetten en viswedstrijden.
Roza Vink (partij voor de dieren)
Wat ze bedoelen met ontmoedigen laten ze in het midden, maar uit deze zin “welzijn mogen worden aangetast of gedood mogen worden voor niet-essentiële zaken, zoals vermaak (hengelen) of symptoombestrijding”
Groen Links
Voor GroenLinks is het welzijn van dieren heel belangrijk.
Hengelsport heeft gevolgen voor het dierenwelzijn. Deze kan de vissen angst, stress, pijn en verwondingen bezorgen. Ook de vogels kunnen de dupe worden van de achtergebleven vismaterialen.
Hoewel GroenLinks geen voorstander is van sportvisserij ,willen we ons in eerste instantie richten op dierenleed op grotere schaal. Denk hierbij aan de intensieve veehouderij. GroenLinks vindt dat landbouwdieren in de bio-industrie slecht worden behandeld. Onze prioriteit ligt bij het voorkomen van dieronvriendelijke ingrepen zoals het castreren van biggen. Bio-industrie is niet duurzaam, niet diervriendelijk en het leidt tot grotere vervreemding van de consument van het voedsel dat hij eet.
Haykush Hakobyan ( groen Links)
Ook weer een antwoord waar we alle kanten mee op kunnen, alleen deze zin werpt bij mij dan weer vragen op.
Hoewel GroenLinks geen voorstander is van sportvisserij, willen we ons in eerste instantie richten op dierenleed op grotere schaal.
D66
Hengelsport
D66 vindt hengelsport een mooie en belangrijke tak van sport. Sportvissers staan dicht bij de natuur en zijn belangrijk voor de natuurbeleving in Nederland. D66 steunt recreatieve natuurbeleving en hengelsport is hier een uitstekend voorbeeld van.
Waterbeheer
D66 vindt het belangrijk dat sportvissers actief betrokken zijn bij het waterbeheer. Sportvisserij organisaties hebben veel kennis en ondervinden bovendien heel direct de gevolgen.
Kaderrichtlijn water
D66 steunt de Kaderrichtlijn water. Helder en plantenrijkwater is belangrijk voor een diverse vispopulatie. Om dit te bereiken is D66 voor baggeren en het nemen van andere duurzame maatregelen, voordat begonnen moet worden met Actief Biologisch Beheer.
Tegen gaan overbevissing
De beroepsvisserij moet verduurzaamd worden. D66 wil binnen de EU een strenger Gemeenschappelijk Visserij Beleid voor het drastisch terugdringen van de bevissing van kwetsbare vissoorten, zodat deze soorten zich kunnen herstellen.
Piet Hein Wokke ( D66)
De SP
Mede namens Hugo Polderman, onze Kamerlid dat het woord voert op dit gebied, het volgende.
Hugo Polderman heeft een keer een interview gehad in het clubblad van de sportvisserij. In dat interview heeft hij ook waardering uit gesproken voor de natuurbeheerkant van deze (lokale) clubs. Zij zijn vaak het beste op de hoogte van waterkwaliteit en zijn in die zin de ogen en oren voor de waterbeheerders. De SP heeft waardering voor die visclubs die verantwoord meedoen aan waterkwaliteitsbeheer, de visstand in hun gebied netjes beheren en niet al te veel de sport zien als prestatiegericht. We zien niet veel in viswedstrijden waar het gaat om zo veel mogelijk vis te vangen. Die visralleys zijn we dus niet voor, maar de rustige sportvisser die vist met respect voor de vis en waterlopen en de vangst op de juiste manier weer terug zet, vinden wij een heel ander verhaal. We zijn dus zeker niet tegen de sportvisserij, maar wel kritisch. We pleiten verder voor een constructie samenwerking tussen sport en beroeps met name in de visbeheercommissies.
Hugo Polderman (SP)

CDA
Het CDA heeft ons gevraagd langs te komen hieronder een verslag van de vragen die we hebben gesteld.
ik vind het belangrijk dat er in Nederland voor iedereen genoeg ruimte is. Ruimte om te werken, te recreëren en van de natuur te genieten. Af en toe een hengeltje uitgooien is een vrijetijdsbesteding waar zo'n 2 miljoen Nederlanders plezier aan beleven. Alleen daarom al vindt het CDA sportvisserij belangrijk. Maar daarnaast is de hengelsport ook goed voor de omzet in de winkels (de economie) en dus voor de werkgelegenheid.
In de afgelopen jaren heb ik mij als Tweede Kamerlid diverse malen ingezet voor de sportvisserij. Zo heb ik onlangs nog samen met collega Jacobi een motie ingediend tegen de beheersvisserij. Daarbij vissen waterbeheerders wateren helemaal leeg. Alleen om helder water te krijgen. Dat vind ik grote onzin en maatschappelijk onacceptabel. De motie is aangenomen. Daardoor is deze vorm van Actief Biologisch Beheer nu sterk aan banden gelegd.
Daarnaast heb ik mij als woordvoerder water de afgelopen jaren ingezet voor verbetering van de kwaliteit van onze wateren. Door verbetering van de waterkwaliteit zijn bepaalde vissoorten weer terug gekomen of sterk in aantal gegroeid. Een mooi voorbeeld hiervan is de meerval. Het verbeteren van de waterkwaliteit en daarmee het bevorderen van de visstand is de komende jaren een belangrijke doelstelling van mij. Verder vind ik het belangrijk dat er voldoende ruimte blijft voor pierenvisserij en voor de aaskwekers.
De vergunningensystematiek die nu gebruikt wordt door het ministerie van LNV moet makkelijker gemaakt worden. Als CDA zijn wij voor minder en eenvoudiger regelgeving. Bij het inrichten van (natuur) gebieden moet meer rekening gehouden worden met de mogelijkheden van de "zoete" sportvisserij (brasem, snoek, snoekbaars, voorn, etc.). Bovendien moet bij dijkversterkingsprojecten aan de kust aandacht zijn voor de mogelijkheden van sportvisserij. De versterking van de dijk bij Westkapelle is een voorbeeld van hoe dit kan. Onderaan de dijk zijn vlakke taluds gemaakt die ook door sportvissers kunnen worden gebruikt.
Tenslotte vind ik het mooi dat in 2012 het Wereld Kampioenschap kustvissen naar Nederland komt. Laten we er alles aan doen daar een succes van te maken. Kortom; ook de komende jaren kunnen sportvissers op mijn inzet rekenen
Hoe denk het CDA over de hengelsport?
Ik vind het belangrijk dat er in Nederland voor iedereen genoeg ruimte is. Ruimte om te werken, te recreëren en van de natuur te genieten. Af en toe een hengeltje uitgooien is een vrijetijdsbesteding waar zo'n 2 miljoen Nederlanders plezier aan beleven. Alleen daarom al vindt het CDA sportvisserij belangrijk. Maar daarnaast is de hengelsport ook goed voor de omzet in de winkels (de economie) en dus voor de werkgelegenheid.
Hoe denkt het CDA over de implementering van Natura 2000 zoals dat momenteel overal gaande is en waarbij we worden besodemieterd door onze eigen (provinciale) overheden?
Bestaand gebruik lijkt een farce te gaan worden en de toegankelijkheid voor met name vissers alsmede de nachtvisserij in die gebieden lijkt grotendeels verloren te gaan zoals het er nu naar uitziet.
En niet alleen van vissers maar ook van o.a. de ANWB en de Hiswa vereniging trekken sommige provinciale politici zich geen ene mallemoer aan en doen wat ze zelf willen (met hulp van de natuurverenigingen zoals o.a. Provinciale Landschappen, natuurmonumenten, e.d. en ook SBB).
Ad Koppejan
Ik deel uw zorg over hoe Natura 2000 door lokale overheden soms geïnterpreteerd en toegepast wordt. De Europese regelgeving biedt vaak veel meer ruimte om natuurdoelstellingen te combineren met ruimte voor recreatie zoals sportvisserij. Het CDA vindt dat in samenspraak met alle betrokkenen in een gebied, vastgesteld moet worden waar de mogelijkheden en grenzen liggen voor recreatie, bedrijvigheid en natuur. Dat moet met elkaar vastgesteld worden in het concept beheerplan voor een Natura 2000 gebied. De provincies hebben een nadrukkelijke rol en verantwoordelijkheid om te komen tot een evenwichtig samengestelde beheersplancommissie.
Wanneer ik nog wat dieper inga op de toepassing van de Natura 2000, dan kan ik daarover het volgende opmerken. Het uitgangspunt is dat bestaand gebruik, waaronder ook sportvisserij kan vallen, zal worden opgenomen in het beheerplan voor het desbetreffende Natura 2000-gebied. Het beheerplan biedt de mogelijkheid om activiteiten, ontwikkelingen en instandhoudingmaatregelen in onderlinge samenhang te bezien, in het licht van de instandhoudingsdoelen, en daarvoor dusdanige algemene voorzieningen te treffen dat een afzonderlijke beoordeling van de betrokken activiteiten in het kader van een vergunningprocedure niet meer nodig is. Dit geeft voor de duur van het beheerplan duidelijkheid voor de gebruikers van het gebied en leidt tot een zekere vermindering van administratieve en bestuurlijke lasten. Activiteiten die zijn opgenomen in het beheerplan en overeenkomstig de voorwaarden worden uitgevoerd, zijn dan ook vrijgesteld van de vergunningplicht (artikel 19d, tweede lid, Nb-wet). Het CDA heeft in februari 2009 in de Nb-wet geregeld dat de vrijstelling voor bestaand gebruik van de vergunningplicht, en de aanschrijvingsbevoegdheid van de minister, gelden totdat het eerste beheerplan onherroepelijk is vastgesteld. Daarna is het bestaand gebruik ofwel opgenomen in het beheerplan, en om die reden vrijgesteld, ofwel alsnog vergunningplichtig. Dat schept echter nog onvoldoende zekerheid daarom is wederom op initiatief van het CDA de in de Criis en herstelwet een verdere aanpassing gedaan. De vrijstelling van de vergunningplicht en de aanschrijvingsbevoegdheid blijven gelden voor bestaand gebruik dat onverhoopt niet in het beheerplan wordt opgenomen (wijziging artikelen 19c en 19d, derde lid, Nb-wet).De bevoegdheid tot het treffen van passende maatregelen komt, vanaf het moment dat het beheerplan is vastgesteld, te liggen bij het gezag dat, als voor het bestaand gebruik een vergunning zou zijn vereist op grond van artikel 19d,eerste lid, Nb-wet, het bevoegd gezag zou zijn voor vergunningverlening. In de meeste gevallen zijn dat Gedeputeerde Staten; soms is dat de minister van LNV (Besluit vergunningen Natuurbeschermingswet 1998). De provincie (in enkele gevallen de Minister) moet dan aantonen waarom bepaalde activiteiten niet kunnen blijven plaatsvinden. De bewijslast ligt daarmee niet meer bij de ondernemers.
Hoe denkt het CDA over een visbewijs net als in ons buurland Duitsland.
We hebben toch al een vispas.
Hoe denk het CDA over een lik op stuk beleid bij vissers die de regels over treden.
Stroperijbestrijding: De commerciële visstroperij op de binnenwateren is een belangrijk punt van aandacht, zowel in relatie tot de beroeps- en sportvisserij op de binnenwateren, als in relatie tot het voeren van een duurzaam visstandbeheer. Op aandringen van het CDA is een wetsvoorstel in voorbereiding (planning was begin 2010, door de val van het kabinet is dat iets vertraagd) om visstroperij als misdrijf strafbaar te stellen in de Wet op de economische delicten (WED). Door visstroperij strafbaar te stellen in de WED komen ook de bevoegdheden van de WED aan de handhaving ten dienste, waardoor de bestaande opsporingscapaciteit effectiever kan worden ingezet.
Ad Koppejan (CDA)